In dit artikel 5
Veel bedrijven in Nederland en België werken over de grens: voor Vlaamse en Waalse klanten, voor Duitse inkopers of voor internationale partners. Een tweede taal op de website lijkt dan een vertaalklus, maar het is vooral een kwestie van structuur. Hoe vinden zoekmachines de juiste versie? Hoe komt een bezoeker op de pagina in de eigen taal terecht? En hoe houdt u alle versies actueel als de Nederlandse pagina verandert? In dit artikel leest u hoe u dat stap voor stap aanpakt.
Begin bij de markten, niet bij de talen
De eerste vraag is niet welke talen u wilt, maar welke markten. België laat zien waarom: in Vlaanderen spreekt men Nederlands, in Wallonië Frans en in Brussel allebei, en Oost-België heeft een Duitstalige gemeenschap. Nederlands en Vlaams zijn dezelfde taal, maar woordkeus en toon verschillen: een Vlaming zoekt op ‘gsm’ en ‘kmo’, een Nederlander op ‘mobiel’ en ‘mkb’. Duitse zakelijke klanten verwachten de beleefdheidsvorm Sie, uitgebreide informatie en een Impressum met volledige bedrijfsgegevens. Engels werkt goed voor internationale kopers, maar is zelden de beste taal voor een Duitse of Waalse klant.
Beantwoord per markt een paar vragen voordat u iets laat vertalen:
- Waar zitten uw klanten nu, en waar wilt u groeien?
- In welke taal beantwoordt u aanvragen? Bied een taal alleen aan als u in die taal kunt reageren, of zeg duidelijk in welke taal u terugschrijft of belt.
- Welke juridische pagina's en bedrijfsgegevens zijn in dat land nodig?
- Welke pagina's moeten echt in die taal staan? Vaak zijn dat de homepage, de belangrijkste diensten, referenties, contact en de juridische pagina's.
De technische basis: adressen, hreflang en taalkeuze
Elke taalversie heeft een eigen adres nodig. Daarvoor zijn drie gangbare opties: aparte landendomeinen (.nl, .be, .de), subdomeinen (de.uwbedrijf.nl) of submappen (uwbedrijf.nl/de/). Landendomeinen geven een duidelijk lokaal signaal, maar betekenen meer beheer en verdelen uw links over meerdere sites. Submappen zijn voor de meeste bedrijven het eenvoudigst: één domein, één beheeromgeving, en alle versies profiteren van dezelfde autoriteit.
Met hreflang-verwijzingen vertelt u zoekmachines welke pagina's vertalingen van elkaar zijn. Elke versie verwijst naar alle andere versies én naar zichzelf, en die verwijzingen moeten wederzijds zijn; anders negeert Google ze. Gebruik de juiste codes: nl voor Nederlands, nl-BE alleen als u een aparte Vlaamse versie hebt, fr-BE voor Belgisch Frans, de voor Duits, en x-default voor de versie die bezoekers zonder passende taal krijgen. Een klassieke fout is ‘be’ of ‘uk’ als code: dat zijn Wit-Russisch en Oekraïens, niet België en het Verenigd Koninkrijk.
- Elke taal heeft eigen URL's; schakel niet alleen met een cookie of script van taal, want zoekmachines zien dan maar één versie.
- Elke taalversie heeft een canonical die naar zichzelf verwijst, niet naar de Nederlandse pagina.
- De taalkeuze linkt naar dezelfde pagina in de andere taal, niet naar de homepage.
- Het lang-attribuut in de HTML klopt op elke pagina; schermlezers gebruiken het om de juiste uitspraak te kiezen, en WCAG vraagt erom.
- Titels en metabeschrijvingen zijn per taal geschreven, en de sitemap bevat alle versies.
- Stuur bezoekers niet automatisch door op basis van IP-adres of browsertaal. Google raadt dat af, onder meer omdat het vooral vanuit de Verenigde Staten crawlt; een suggestie als ‘Deze pagina bestaat ook in het Frans’ werkt beter.
Vertalen is herschrijven
Een machinevertaling is een bruikbaar eerste concept, maar geen eindresultaat. Laat elke versie nalezen door iemand die de taal als moedertaal spreekt en uw sector kent. Vertaal ook geen zoekwoorden, maar onderzoek ze per markt: een Nederlander vraagt een ‘offerte’ aan, een Duitse inkoper zoekt op ‘Angebot’, en de termen van Vlaamse en Nederlandse inkopers verschillen soms meer dan u verwacht. De zoekwoordplanner van Google en de zoekopdrachten per land in Search Console laten zien welke woorden mensen werkelijk gebruiken.
Let ook op de details waaraan u ziet dat een site echt voor een markt is gemaakt. Datums schrijft men in Nederland als 18-10-2026, in België vaak als 18/10/2026 en in Duitsland als 18.10.2026. Telefoonnummers krijgen het juiste landnummer (+31, +32, +49). Toont u prijzen, vermeld dan voor zakelijke klanten duidelijk dat ze exclusief btw zijn, in het Duits ‘zzgl. MwSt.’. En gebruik waar mogelijk referenties en voorbeelden uit dat land: een Duitse inkoper leest liever over een project in Keulen dan over een project in Utrecht.
Juridische pagina's per land
In Nederland en België horen een privacyverklaring onder de AVG, een cookiebanner die niet-noodzakelijke cookies pas na toestemming plaatst, en volledige bedrijfsgegevens op de site: in Nederland uw KvK-nummer en btw-identificatienummer, in België uw ondernemingsnummer. Zorg dat deze pagina's beschikbaar zijn in elke taal waarin u klanten bedient, ook uw algemene voorwaarden.
Voor Duitsland gelden aanvullende eisen. Een Impressum volgens § 5 van de Digitale-Dienste-Gesetz is verplicht, met onder meer rechtsvorm, vertegenwoordiger, handelsregister en btw-nummer. Cookietoestemming valt onder § 25 TDDDG, en wie online aan consumenten verkoopt, moet ook voldoen aan het Barrierefreiheitsstärkungsgesetz. Laat deze teksten opstellen of controleren door iemand die het Duitse recht kent: een vertaling van uw Nederlandse voorwaarden past niet automatisch bij het Duitse recht. Dit artikel is geen juridisch advies.
Onderhoud: houd alle versies gelijk
Het grootste risico van een meertalige site ontstaat na de lancering: de Nederlandse pagina's worden bijgewerkt, de Duitse en Franse niet. Na een jaar kloppen diensten, contactgegevens of voorwaarden niet meer. Voorkom dat met een beheeromgeving waarin vertalingen aan elkaar gekoppeld zijn en per taal zichtbaar is wat nog vertaald moet worden. Wijs per taal iemand aan die verantwoordelijk is, en leg de versies elk kwartaal naast elkaar.
Een stappenplan dat in de praktijk werkt:
- Kies de markten en bepaal per markt de taal, de contactmogelijkheden en de juridische eisen.
- Kies de adresstructuur; voor de meeste bedrijven is dat één domein met een submap per taal.
- Laat de kernpagina's vertalen en nalezen door een moedertaalspreker, met zoekwoorden per markt.
- Regel hreflang, canonicals, taalkeuze, lang-attributen en de sitemap, en test alles voordat u live gaat.
- Meet per taal en per land in Search Console, en breid de vertaalde pagina's uit waar de vraag zit.
Wij bouwen websites in elke taal, en onze eigen site werkt precies zo: Nederlands op het hoofddomein, Engels en Duits in submappen, met hreflang-verwijzingen voor nl, nl-BE, en en de, plus x-default. Onze gesprekken voeren wij in het Engels; de websites zelf leveren wij in elke taal die uw markten vragen.
Laatst bijgewerkt op